donderdag 28 mei 2009

Absolute vrijheid als doelloosheid en willekeur

Hier twee voorbeelden die illustreren wat Wijnberg in zijn Aristotelische analyse van vrijheid bedoelde. Het grenzeloze ondergraaft de rede en de waarheid. Vooral in de dialoog Philebus legt Plato dit fenomeen uit. Ach, konden Rutte en Wilders maar een dag op bezoek bij Plato.

Halsema in emotionele botsing met Wilders
Gepubliceerd: 28 mei 2009 16:14 | Gewijzigd: 28 mei 2009 16:21
ANP
Den Haag, 28 mei. Vrijwel de gehele Tweede Kamer viel vandaag tijdens het verantwoordingsdebat over PVV-leider Geert Wilders heen. Vooral GroenLinks-leider Femke Halsema en D66-leider Alexander Pechtold reageerden emotioneel of fel.

Wilders begon zijn betoog door zijn onthutsing uit te spreken over de Nederlandse journaliste Joanie de Rijke die door de Talibaan in Afghanistan is verkracht, maar volgens Wilders begrip heeft getoond voor haar verkrachters.

Dat is volgens hem „tekenend voor het moreel verval van onze elite”. Politici, bestuurders, ambtenaren, subsidieslurpers zijn volgens hem massaal en volledig de weg kwijt. „Die hele elite leidt aan het Stockholm-syndroom.”

Halsema reageerde als door een wesp gestoken. „U kent geen enkele ethische begrenzing, maar het stuit me tegen de borst dat u het verhaal van deze vrouw gebruikt voor uw eigen arbitraire gelijk. Schaam u!”

„Voor nog geen millimeter”, antwoordde Wilders.


Ophef in VVD om uitspraak Rutte Holocaust

Gepubliceerd: 28 mei 2009 12:16 | Gewijzigd: 28 mei 2009 15:13
Door een onzer redacteuren
Den Haag, 28 mei. Uitspraken van VVD-leider Mark Rutte over het niet strafbaar stellen van de Holocaust-ontkenning hebben geleid tot verontwaardiging binnen zijn partij. Ook buiten de VVD is kritisch gereageerd.
Maxime Verhagen. (Foto AP)
Maxime Verhagen.
(Foto AP)

* Archief - Rutte alleen in debat over vrije woord

Rutte deed zijn uitspraken naar aanleiding van een VVD-voorstel om de vrijheid van meningsuiting wettelijk te verruimen. In dat kader zou het volgens Rutte niet langer strafbaar moeten zijn de Holocaust te ontkennen, de moord op miljoenen joden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Dat valt niet goed bij enkele partijprominenten. Kamerlid Hans van Baalen, die momenteel campagne voert als VVD-lijsttrekker bij de Europese verkiezingen, is het eens met Rutte dat het effectiever is „antisemieten en racisten” aan te pakken in het publieke debat dan in de rechtbank. Maar hij zegt in de Israël Nieuwsbrief ook: „In de tweede plaats is er altijd de strafrechter. Dat moet zo blijven.” Erelid Hans Wiegel spreekt van een „bizar” voorstel.

Ook buiten de VVD is kritisch gereageerd. Minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) sprak vanmorgen over „een absoluut dieptepunt”. Hij is „boos” over de uitspraken van Rutte. „Die man is het spoor bijster.”

Rutte benadrukte zelf, dinsdagavond bij de presentatie van het voorstel, dat hij het vervolgen van Holocaust-ontkenners altijd al „mallotig” had gevonden. Maar het debat daarover moet volgens hem in het publieke domein gevoerd worden. Volgens hem zitten Van Baalen en hij op één lijn. Ruttes woordvoerder benadrukte vanmorgen dat er verschillende interpretaties mogelijk zijn, maar dat de hele VVD achter de voorstellen voor de verruiming van de vrijheid van meningsuiting staat.

PvdA-leider Bos is niet onder de indruk van de VVD-voorstellen om de vrijheid van meningsuiting te verruimen. „Ik hoorde Rutte op de televisie verdedigen dat ‘Hamas Hamas Joden aan het Gas’ wel in een demonstratie mag worden geroepen, maar niet in een moskee. Tjongejonge, de VVD heeft kennelijk echt goed nagedacht over de vrijheid van meningsuiting”, aldus de PvdA-leider op zijn weblog.

woensdag 22 april 2009

Vragen bij Leeg is Mooi (uit: The Shock Doctrine

Algemeen: Naomi Klein is, zoals je in de tekst zult merken, woedend en moreel verontwaardigd. Maar dat neemt niet weg dat ze op basis van inhoudelijke argumenten probeert aan te vallen wat haar tegenstaat. De crux ligt in de koppeling die gemaakt wordt tussen kapitalisme en democratie. Deze koppeling heeft een lange geschiedenis. Kort gezegd komt her erop naar dat na 1989, na de val van de Berlijnse Muur en het uiteenvallen van het communisme in de Sovjet-Unie, het Einde van de Geschiedenis werd afgekondigd (door Fukuyama). Hiermee bedoelde hij niet dat er niets meer zou gebeuren. Oorlogen en conflicten zijn onvermijdelijk. Wat Fukuyama bedoelde was dat de vraag naar de ideale staatsvorm (of de minst slechte) nu definitief beantwoord was. Na monarchie, dictatuur, feodalisme, standenmaatschappij, theocratie, aristocratie, fascisme, communisme enz. bleven kapitalisme en een constitutionele democratie over. De rest van de geschiedenis zou bestaan uit het verder verspreiden van dit samenlevingsmodel. Precies dit vormt de doelstelling van het Amerikaanse buitenlndse beleid in de jaren 80 en 90 en na 2000. Denk aan Irak waar de officiele doelstelling was in Irak de dictatuur en de planeconomie af te schaffen en daarvoor in de plaats een constitutionele democratie (TRIAS POLITICA) met vrije markt te stichten. Precies op die ambitie richt Naomi Klein haar peilen, want, zo vraagt ze zich af, hoe democratisch is die samenleving met vrije markt tot stand gekomen gezien de consequenties van The Shock Doctrine. Door de koppeling tussen vrijheid, kapitalisme en democratie te problematiseren laat ze de interne tegenstrijdigheden zien.

Vraag 1.
a. Beschrijf wat de Shock Doctrine inhoudt. Ga daarbij in op:
- Martelmethodes
- Natuurrampen
- Electroshocks
- De Shock and Awe doctrine in de oorlogvoering.
b. Geef drie concrete voorbeelden waar de Shock Doctrine is toegepast.

Vraag 2:
a. Welke rol spelen privatisering en kapitalisme in de nieuwe samenleving die na de Shock wordt ingevoerd?
b. Welke rechtvaardiging wordt bijvoorbeeld door Milton Friedman gegeven voor de invoering van deze maatschappijvorm?
c. Hoe denken burgers, volgens Naomi Klein, over de wenselijkheid van de invoering van de vrije markt?

Vraag 3:
Leg aan de hand van concrete voorbeelden uit hoe Naomi Klein (net zoals Marx dat bij het kapitalisme deed) van binnenuit de koppeling tussen democratie en vrije markt ontkoppelt.
Zorgvuldig beargumenteren.

Taken week 27 tot en met 31

Na de vakantie zal ik proberen een overzicht te maken, maar de praktijk leert steeds dat dat overzicht ook niet echt werkt. Ik vind dit handiger.

Week 27-28: Vragen bij 'Communistisch manifest'van Marx en Engels. Vragen staan ook op de blog.

Week 29-30: Vragen bij 'De perfecte wereld van Adam Smith'. Vragen staan ook op de blog.

Week 31 (na de vakantie) Vragen bij de tekst Leeg is Mooi van Naomi Klein. Zie de blog voor de vragen hierover.

dinsdag 14 april 2009

Vragen bij The Corporation

VRAGEN BIJ THE CORPORATION

De documentaire The Corporation uit 2003 geeft een messcherpe analyse van het karakter van het bedrijfsleven en het moderne kapitalisme. Wij richten ons vooral op de filosofische vraag naar de ethische dimensies van het kapitalisme. Hierbij dienen we een belangrijk onderscheid in het oog te houden: het verschil tussen ‘is’ en ‘ought to be’. Bij het behandelen van Machiavelli kan ik me nog goed kan herinneren dat jullie zijn ideeën zo herkenbaar vonden in tegenstelling tot die van Plato, Aristoteles en Augustinus. De reden daarvoor ligt wellicht precies in de wijze waarop Machiavelli de verhouding tussen ‘is’ en ‘ought to be’ dacht. Volgens Machiavelli is machtsstrijd waarin het doel de middelen heiligt, een situatie die simpelweg aan de orde is. Machtsstrijd is een natuurtoestand, een feit, een gegeven, de manier waarop de wereld in elkaar zit. Vanuit deze ontologische bepaling (ontologie = zijnsleer) wordt elk appel op morele verantwoordelijkheid tot een ‘ought to be’ dat fictief en irreëel is. We kunnen wel willen dat iedereen lief en eerlijk is, maar dat is gewoon een illusie. Ieder persoon is immers een egoïst die alles zal doen wat in zijn macht ligt zijn eigen belangen te bevorderen. Door dit onderscheid zo te bepalen wordt ‘ethiek’ een bezigheid van zielige luchtfietsers die iets onmogelijks willen. In zekere zin wordt ethiek hierdoor onmogelijk gemaakt, want hoe kun je tegen iets zijn dat gewoon ‘is’.
De truc speciaal van elke ideologie (religie, communisme, kapitalisme, democratie, monarchie enz.) is de overtuiging in de hoofden van mensen planten dat de ideologie geen verzonnen idee is, dat ooit ergens in de geschiedenis ontstaan en bewust verspreid is, maar dat de ideologie gewoon waar ‘is’, zoals de wet van de zwaartekracht waar is. Het kapitalisme is daar best wel goed in geslaagd. Hele volksstammen herhalen het mantra van de wet van vraag en aanbod, de wet van concurrentie, de vrije markt enz. Zie ook de opzichtige fusie tussen het darwinisme en het kapitalisme. De survival of the fittest is een natuurwet. Daarmee wordt elke ethische kritiek op het kapitalisme als een zeurderig ‘ought to be’ gezien dat bij voorbaat al kansloos is.
In The Corporation wordt er op allerlei manieren kritiek geleverd op het kapitalisme dat niet zomaar ‘is’ maar een hele specifieke menselijke constructie blijkt. Het vereist wel enige scherpte dat helder te zien. Het spannende aan de documentaire is dat getoond wordt dat als we inzien dat het kapitalisme een menselijke constructie is, we ook minder machteloos staan, verantwoordelijkheid kunnen en moeten nemen. Dat maakt dat The Corporation naast een vernietigende en verontrustende analyse van onze moderne wereld ergens ook nog wel iets van hoop biedt.

Het nut van definiëren. Het sterke van deze documentaire is dat ze eigenlijk volledig in het teken staat van een poging een fenomeen (bedrijfsleven, kapitalisme) te definiëren. Dat gebeurt in de reguliere media nauwelijks. Daar wordt bij voorbaat al aangenomen dat een begrip duidelijk is. Door allerlei aspecten te belichten door voor- en tegenstanders aan het woord te laten, krijgen we een rijkgeschakeerd, complex beeld, waarin desalniettemin een aantal centrale principes te onderscheiden zijn.

Openingssequentie:
1. Welke twee opvattingen over het moderne, kapitalistische bedrijfsleven staan in de opening tegenover elkaar in de discussie over ‘rotte appels’?

2. Er worden in de openingsequentie enorm veel definities gegeven van wat een bedrijf is, zowel positief als negatief. Noteer er zoveel mogelijk.

3. Een geïnterviewde zegt dat we veel kunnen leren van de geschiedenis van het ontstaan van bedrijven.
a. Wat toont de geschiedenis aan ten aanzien van het standpunt dat het kapitalisme ‘gewoon is’.
b. De historische analyse toont aan dat bedrijven een heel ander karakter hebben dan nu.
Noem drie belangrijke verschillen.
c. Leg uit dat deze historische visie op kapitalisme en bedrijf qua methode Marxistisch te noemen is. (herlees communistisch manifest!).

4. Chomsky beweert later in de documentaire dat een bedrijf een juridische constructie is (geen iets dat gewoon bestaat).
a. Wat is er zo belangrijk aan dat juristen bij wet voor elkaar kregen dat een bedrijf als een ‘legal person’ wordt beschouwd?
b. Op welke ethisch twijfelachtige manier hebben juristen dit voor elkaar gekregen?

5. Welke spanning blijkt er te bestaan tussen winstoogmerk en het algemeen belang en de morele rol van bedrijven?

6.
a. Wat zijn externaliteiten?
b. In hoeverre is dit gebruik maken van externaliteiten door bedrijven moreel juist te noemen?

7. Een geïnterviewde vergelijkt een bedrijf met een haai. Welke opvatting over de morele verantwoordelijkheid van een bedrijf wil hij hiermee ‘verdedigen’?

8. Lage lonen in ontwikkelingslanden.
a. In hoeverre komen deze lage lonen tot stand in een vrije markt?
b. Op basis van welk ethisch principe is gebruik maken van lage lonen onethisch?
c. Welk argument geeft de ceo Walker om lage lonen moreel te rechtvaardigen?
d. Hoe zou Marx gezien het communistisch manifest oordelen over de rechtvaardigheid van lage lonen met een beroep op de vrije markt?

9. Welk moreel oordeel spreekt een CEO uit over bedrijven als hij spreekt van ‘generatietirannie’?

10.
a. De CEO van Goodyear schuift zijn eigen morele verantwoordelijkheid ter zijde. Op basis van welk argument doet hij dat?
b. In hoeverre zien we hetzelfde argument terug in de huidige kredietcrisis?

11. Welk Machiavellistisch wereldbeeld gebruikt de bedrijfspion ter verdediging van zijn handelen?

12. De enclosures worden gebruikt als een kenmerk van een specifiek proces dat het kapitalisme mogelijk maakt.
a. Wat zijn enclosures en welk proces wordt daarmee aangeduid?
b. Marx beweert in het communistisch manifest dat in het kapitalisme ‘al het heilige wordt onteerd’ en alles wordt gereduceerd tot ‘het naakte eigenbelang’.
Leg uit dat hij daarmee heel precies het proces van de enclosures benoemt.

13.
a. Welke definitie geeft een geïnterviewde van de maatstaf voor rijkdom binnen het kapitalisme.
b. Welke kritiek geeft ze op deze definitie van rijkdom?

14. Welke bezwaren worden er aangevoerd tegen privatisering van publieke goederen?

15. Reclame.
Hoe verdedigt de vice-president van media Initiative het ethische gehalte van de manipulatiestrategie gebaseerd op onderzoek naar ‘nagging’?

16. Chomsky spreekt over een ‘filosofie van nutteloosheid’.
a. Wat bedoelt hij hiermee?
b. Welke opvattingen van Rousseau kunnen we in Chomsky’s analyse terugzien?

17. Geef voorbeelden waaruit blijkt dat in het kapitalisme alles berekenbaar wordt gemaakt, ook als het gaat om mensen en hun onderlinge relaties.

18. Welke ethische discussie roert Jeremy Rifkin aan als het gaat om het patenteren van levende organismen. Wat bedoelt hij daarbij met het onderscheid tussen ‘intrinsic value’ en ‘utility’?

Vragen bij tekst over Adam Smith

Maken:

Vragen bij ‘De perfecte wereld van Adam Smith’ (uit: Heilbronner – Filosofen van het dagelijks brood p. 71-88)

1. P. 74.
Waarom is de Wealth of Nations een revolutionair boek?

2.
a. Omschrijf het mechanisme dat volgens Smith de samenleving bij elkaar houdt (vanaf p. 74).
b. Leg uit hoe Smith’s fameuze onzichtbare hand egoisme tot een maatschappelijke deugd maakt.
c. Leg het principe van prijsvorming uit en geef daarbij op welke wijze de mens als berekenbaar (denk aan Hobbes) wordt voorgesteld (va 75).
d. Op p. 79 wordt geclaimd dat prijsvorming automatisch werkt.
- Welke consequentie heeft dat voor de rol van de overheid?

3. Heilbronner beschrijft een paradox op p. 79: ‘Vrije prijsvorming, die het toppunt is van individuele vrijheid, is de meest onverbiddelijke meester die zich denken laat’.
a. Hoe krijgt de economie hier de status van een natuurwet aangemeten?
b. Hoe volgt hieruit dat morele kritiek op prijsvorming kan worden afgeweerd.

4. Welke kritiek zou Marx (herlees het communistisch manifest) gegeven hebben op
- prijsvorming als een natuurwet,
- De opvatting dat prijsvorming onder vrije condities voorkomt in de geschiedenis van de mens.
- De opvatting dat vrije prijsvorming tot een fijne en leuke samenleving zou leiden (zie p. 82-83)

5. Voor de historici onder ons graag kritiek op de voorstelling van zaken op p. 84 bovenaan.

6. Beschrijf principe en zegeningen van arbeidsdeling (va p. 84).

7.
a. Wat is de wet van accumulatie en wat heeft dat met kapitalisme te maken.
b. Waarom is in de wondere wereld van Adam Smith accumulatie ethisch in orde?

dinsdag 7 april 2009

Anti Communisme cartoon

Vragen:
1) Leg uit hoe -isme hier tegenover Vrijheid, Vrije markt en Kapitalisme wordt geplaatst.

2) De belangrijkste truc van de vrije markt ideologie is altijd geweest de vrije markt te presenteren als een natuurtoestand, iets dat gewoon is en niet verzonnen is zoals een idelogie en -isme.
Leg uit hoe dat in dit filmpje gebeurt.

3) Beargumenteer hoe de tekst van Locke op p. 94 als basis dient voor de rechtvaardiging van kapitalisme in dit filmpje.

4)
a. Welk bewijs van juistheid wordt door de verdediger van kapitalisme uiteindelijk vooral gegeven?
b. Leg uit dat binnen deze redenering economische groei en steeds grotere consumptie absoluut noodzakelijk is voor de rechtvaardiging van de juistheid van het kapitalisme.


Anti-communisme - Vrije Markt.

Communistisch Manifest: tekst, vragen filmpje

Marx en Engels: het communistisch manifest 1848

Cartoon Communstisch Manifest



Vragen bij het Communistisch Manifest


1.
a. Omschrijf wat Historisch Materialisme inhoudt (zie handboek p. 111).
b. Geef aan de hand van twee concrete tekstpassages uit het Communistisch Manifest aan hoe Marx het Historisch Materialisme als motor van de veranderingen in de geschiedenis presenteert.

2. Marx onderscheidt verschillende maatschappijtypes: de slavenmaatschappij, de feodale maatschappij, en burgerlijke maatschappij.
Geef voor elk van deze maatschappijtypes aan hoe de machtsverhoudingen liggen.

3. Marx beschrijft hoe de burgerlijke maatschappij de feodale maatschappij heeft verdreven.
Hoe is dit proces in zijn gang gegaan en welke rol speelde het kapitalisme hierin?

4. Marx stond negatief tegenover het kapitalisme. Desalniettemin beschrijft hij ook de verdiensten van het kapitalisme.
a. Welke nieuwe ontwikkelingen hefet het kapitalisme geinitieerd?
b. Wat beheerst de onderlinge menselijke verhoudingen binnen het kapitalisme? Maak bij beantwoording van deze vraag gebruik van het begrip ‘ruilwaarde’.
c. Wat bedoelt Marx met onderstaande uitspraak: ‘Alle vaste, ingeroeste verhoudingen met hun gevolg van eerwaardige voorstellingen en zienswijzen worden opgelost, alle nieuwgevormde verouderen, voordat zij zich kunnen verstenen.’
5. Momenteel maakt iedereen zich druk over de economische crisis. Waarom is het volgens Marx’ analyse van het kapitalisme onzin om van een crisis te spreken? Zorgvuldig beargumenteren.

Inleiding
Een spook waart door Europa - het spook van het communisme. Alle machten van het oude Europa hebben zich tot een heilige drijfjacht tegen dit spook verbonden, de paus en de tsaar, Metternich en Guizot, Franse radicalen en Duitse politiemannen.
Waar is de oppositiepartij, die niet door haar regerende tegenstanders als communistisch is gedoodverfd, waar de oppositiepartij die niet de meer vooruitstrevende mannen van de oppositie, zowel als haar reactionaire tegenstanders het brandmerkende verwijt van het communisme voor de voeten heeft teruggeworpen?
Uit dit feit vloeien twee dingen voort.
Het communisme wordt reeds door alle Europese machten als een macht erkend.
Het is hoog tijd dat de communisten hun opvattingen, hun oogmerken, hun tendenzen openlijk voor de gehele wereld ontvouwen en tegenover het sprookje van het spook van het communisme een manifest van de partij zelf plaatsen.
Voor dit doel zijn communisten van de meest verschillende nationaliteiten in Londen bijeengekomen en hebben zij het volgende manifest ontworpen, dat in de Engelse, Franse, Duitse, Italiaanse, Vlaamse en Deense taal wordt gepubliceerd.
I. Bourgeois en proletariërs
De geschiedenis van iedere maatschappij tot nu toe is de geschiedenis van de klassenstrijd. [1]
Vrije en slaaf, patriciër en plebejer, baron en lijfeigene, gildenmeester en gezel, kortom onderdrukkers en onderdrukten stonden in voortdurende tegenstelling tot elkaar, voerden een onafgebroken, nu eens bedekte dan weer open strijd, een strijd die ieder keer eindigde met een revolutionaire omvorming van de gehele maatschappij of met de gemeenschappelijke ondergang van de strijdende klassen.
In de vroegere tijdperken van de geschiedenis vinden wij bijna overal een volledige verdeling van de maatschappij in verschillende standen, een veelvoudige trap van maatschappelijke rangen. In het oude Rome hebben wij patriciërs, ridders, plebejers, slaven; in de Middeleeuwen leenheren, vazallen, gildenmeesters, gezellen, lijfeigenen en bovendien in bijna ieder van deze klassen nog bijzondere rangschikkingen.
De uit de ondergang van de feodale maatschappij voortgekomen moderne burgerlijke maatschappij heeft de klassentegenstellingen niet opgeheven. Zij heeft slechts nieuwe klassen, nieuwe voorwaarden van onderdrukking, nieuwe vormen van strijd in de plaats van de oude gesteld.
Ons tijdvak, het tijdvak van de bourgeoisie, kenmerkt zich evenwel hierdoor dat het de klassentegenstellingen vereenvoudigd heeft. De gehele maatschappij splitst zich meer en meer in twee grote vijandelijke kampen, in twee grote lijnrecht tegenover elkaar staande klassen: bourgeoisie en proletariaat.
Uit de lijfeigenen van de middeleeuwen zijn de poorters van de eerste steden voortgekomen; uit deze poorterschap hebben zich de eerste elementen van de bourgeoisie ontwikkeld.
De ontdekking van Amerika, de omzeiling van Afrika, schiepen voor de opkomende bourgeoisie een nieuw terrein. De Oost-Indische en Chinese markt, de kolonisatie van Amerika, de ruilhandel met de koloniën, de vermeerdering van de ruilmiddelen en van de goederen in het algemeen, gaven aan de handel, aan de scheepvaart, aan de industrie een ongekende vlucht en daarmee aan het revolutionaire element in de vervallende feodale maatschappij een snelle ontwikkeling
Het tot hier toe heersende feodale of gildenbedrijf van de industrie was niet toereikend meer voor de met nieuwe markten aangroeiende behoefte. De manufactuur trad in zijn plaats. De gildenmeesters werden verdrongen door de industriële middenstand; de verdeling van de arbeid tussen de verschillende corporaties verdween voor de verdeling van de arbeid in de afzonderlijke werkplaats zelf.
Maar steeds groeiden de markten aan, steeds steeg de behoefte. Ook de manufactuur was niet meer toereikend.
Daar revolutioneerden de stoom en de machinerieën de industriële productie. In de plaats van de manufactuur kwam de moderne grootindustrie, in de plaats van de industriële middenstand kwamen de industriële miljonairs, de chefs van gehele industriële legers, de moderne bourgeois.
De grootindustrie heeft de wereldmarkt gesticht, die de ontdekking van Amerika had voorbereid. De wereldmarkt heeft aan de handel, de scheepvaart, aan de verkeersmiddelen te land een onmetelijke ontwikkeling gegeven. Deze heeft op haar beurt op de uitbreiding van de industrie ingewerkt, en in dezelfde mate, waarin industrie, handel, scheepvaart, spoorwegen zich uitbreidden, in dezelfde mate ontwikkelde zich de bourgeoisie, vermeerderde zij haar kapitalen, drong zij al de uit de middeleeuwen overgeleverde klassen op de achtergrond.
We zien dus hoe de moderne bourgeoisie zelf het product is van een lange ontwikkelingsgang, van een reeks van veranderingen in de productiewijze en in de wijze van verkeer.
Ieder van deze trappen van ontwikkeling van de bourgeoisie werd begeleid door een daarmee overeenkomende politieke stap voorwaarts. Onderdrukte stand onder de heerschappij van de feodale heren, gewapend en zichzelf besturend verbond in de Commune [2], hier onafhankelijke republikeinse stad, daar belastingplichtige derde stand van de monarchie, dan in de tijd van de manufactuur tegenwicht tegen de adel in de constitutionele of in de absolute monarchie, voornaamste fundament van de monarchieën in het algemeen, bevocht zij voor zich eindelijk, sinds de vestiging van de grootindustrie en van de wereldmarkt, in de moderne staat met volksvertegenwoordiging de politieke alleenheerschappij. De moderne staatsmacht is slechts een comité dat de gemeenschappelijke zaken van de gehele burgerklasse beheert.
De bourgeoisie heeft in de geschiedenis een hoogst revolutionaire rol gespeeld.
De bourgeoisie heeft, waar zij tot de heerschappij is gekomen, alle feodale, aartsvaderlijke, idyllische verhoudingen vernield. Zij heeft de bontgeschakeerde feodale banden, die de mens aan de van nature boven hem geplaatste verbonden, onbarmhartig verscheurd en geen andere band tussen mens en mens overgelaten dan het naakte eigenbelang, dan de gevoelloze ‘contante betaling’. Zij heeft de heilige siddering van de vrome dweperij, van de ridderlijke geestdrift, van de kleinburgerlijke weemoed in het ijskoude water van egoïstische berekening verdronken. Zij heeft de persoonlijke waardigheid in de ruilwaarde opgelost en in de plaats van de talloze verleende en verworven vrijheden als enige vrijheid de gewetenloze handelsvrijheid gesteld. Zij heeft, met één woord, in de plaats van de met godsdienstige en staatkundige zinsbegoocheling omhulde uitbuiting de openlijke, schaamteloze, directe, dorre uitbuiting gesteld.
De bourgeoisie heeft alle tot nu toe eerwaardige en met vroom ontzag beschouwde ambten van hun heilige schijn ontdaan. Zij heeft de geneesheer, de jurist, de priester, de dichter, de man van de wetenschap in haar betaalde loonarbeiders veranderd. De bourgeoisie heeft van de familieverhouding haar roerend sentimentele sluier afgerukt en haar tot een zuivere geldverhouding teruggebracht.
De bourgeoisie heeft onthuld hoe de brutale krachtuiting, die de reactie zozeer in de Middeleeuwen bewondert, haar passende aanvulling vond in de traagste dagdieverij. Ze heeft als eerste bewezen wat de werkkracht van de mensen tot stand brengen kan. Zij heeft nog heel andere wonderwerken voltooid dan Egyptische piramides, Romeinse waterleidingen en Gotische kathedralen, zij heeft nog heel andere tochten volbracht dan volksverhuizingen en kruistochten.
De bourgeoisie kan niet bestaan zonder de productiemiddelen, dus de productieverhoudingen, dus de gezamenlijke maatschappelijke verhoudingen voortdurend te revolutioneren. Onveranderde instandhouding van de oude productiewijze was daarentegen de eerste bestaansvoorwaarde van alle vroegere industriële klassen. De voortdurende omwenteling van de productie, de onafgebroken schok aan alle maatschappelijke toestanden, de eeuwige onzekerheid en beweging onderscheidt de bourgeoisperiode van alle andere. Alle vaste, ingeroeste verhoudingen met hun gevolg van eerwaardige voorstellingen en zienswijzen worden opgelost, alle nieuwgevormde verouderen, voordat zij zich kunnen verstenen. Al het feodale en al het vaststaande verdampt, al het heilige wordt ontwijd, en de mensen zijn eindelijk gedwongen hun plaats in het leven, hun wederzijdse betrekkingen met nuchtere ogen te aanzien.
De behoefde aan een steeds uitgebreider afzet van haar producten jaagt de bourgeoisie over de hele aardbol. Overal moet zij zich innestelen, overal haar huis bouwen, overal verbintenissen aanknopen.
De bourgeoisie heeft door haar exploitatie van de wereldmarkt de productie en consumptie van alle landen kosmopolitisch gemaakt. Zij heeft tot groot verdriet van de reactionairen aan de industrie de nationale bodem onder de voeten weggetrokken. De eeuwenoude nationale industrieën zijn vernietigd en worden nog dagelijks vernietigd. Zij worden verdrongen door nieuwe industrieën, waarvan de invoering tot een levenskwestie voor alle beschaafde volkeren wordt, door industrieën, die met meer inheemse grondstoffen, maar grondstoffen uit de verste streken van de aarde verwerken en waarvan de fabrikaten niet alleen in het land zelf, maar in alle werelddelen tegelijk worden verbruikt. In de plaats van de oude, door producten van het eigen land bevredigde behoeften komen nieuwe, die de producten van de verste landen tot hun bevrediging vereisen. In de plaats van de oude lokale en nationale zelfgenoegzaamheid en afgeslotenheid komt er een veelzijdig verkeer, een veelzijdige afhankelijkheid van de volkeren onderling. De geestelijke voortbrengselen van de afzonderlijke naties worden gemeengoed. De nationale eenzijdigheid en beperktheid wordt meer en meer onmogelijk, en uit de vele nationale en lokale literaturen vormt zich een wereldliteratuur.
De bourgeoisie rukt door de snelle verbetering van alle productiemiddelen, door het onnodig gemakkelijker verkeer alle, ook de meest barbaarse volken in de kring van de beschaving.
De goedkope prijzen van haar waren zijn de zware artillerie, waarmee zij alle Chinese muren tegen de grond schiet, waarmee zij de hardnekkigste vreemdelingenhaat van de barbaren tot overgave dwingt. Zij dwingt alle naties zich de productiewijze van de bourgeoisie eigen te maken, wanneer zij niet te gronde willen gaan; zij dwingt hen de zogenaamde beschaving bij zich in te voeren, d.w.z. bourgeois te worden. Met één woord, zij schept zich een wereld naar haar eigen beeld.
De bourgeoisie heeft het land aan de heerschappij van de stad onderworpen. Zij heeft enorme steden geschapen, zij heeft het aantal van de stedelijke tegenover de landelijke bevolking in hoge graad vermeerderd en aldus een belangrijk deel van de bevolking aan de afstomping van het landleven ontrukt. Net zoals het land van de stad heeft zij de barbaarse en halfbarbaarse landen van de beschaafde, de boerenvolken van de bourgeoisvolken, het Oosten van het Westen afhankelijk gemaakt.
De bourgeoisie heft meer en meer de versnippering van de productiemiddelen, van het bezit en van de bevolking op. Zij heeft de bevolking op plaatsen opeengehoopt, de productiemiddelen gecentraliseerd en het eigendom in weinige handen geconcentreerd. Het noodzakelijk gevolg hiervan was de staatkundige centralisatie. Bijna onafhankelijke, alleen verbonden provincies met verschillende belangen, wetten, regeringen en tollen werden samengedrongen in één natie, één regering, één wet, één nationaal klassenbelang, één douanegrens.
De bourgeoisie heeft in haar nauwelijks honderdjarige klassenheerschappij massaler en kolossaler productiekrachten geschapen dan alle verdwenen geslachten samen. Onderwerping van de natuurkrachten, machinerie, aanwending van de scheikunde op nijverheid en landbouw, stoomvaart, spoorwegen, elektrische telegrafie, ontginning van gehele werelddelen, het bevaarbaar maken van de rivieren, gehele uit de grond gestampte bevolkingen — welke vroegere eeuw vermoedde dat zulke productiekrachten in de schoot van de maatschappelijke arbeid sluimerden?
We hebben dus gezien: De productie- en verkeersmiddelen, op welker grondslag de bourgeoisie zich ontwikkelde, werden in de feodale maatschappij geschapen. Op een zekere trap van de ontwikkeling van deze productie- en verkeersmiddelen stemden de verhoudingen, waarin de feodale maatschappij produceerde en ruilde, de feodale organisatie van landbouw en manufactuur, met één woord de feodale eigendomsverhoudingen, niet meer overeen met de reeds ontwikkelde productiekrachten. Zij hielden de productie tegen, in plaats van ze te bevorderen. Zij veranderden in even zo vele boeien. Zij moesten verscheurd worden, zij werden verscheurd.
In hun plaats trad de vrije concurrentie met de haar passende maatschappelijke en staatkundige inrichting, met de economische en politieke heerschappij van de burgerlijke klasse.
Onder onze ogen heeft een dergelijke beweging plaats. De burgerlijke productie- en verkeersverhoudingen, de burgerlijke eigendomsverhoudingen, de moderne burgerlijke maatschappij, die zulke geweldige productie- en verkeersmiddelen te voorschijn getoverd heeft, gelijkt op de heksenmeester die de onderaardse machten niet meer beheersen kan die hij zelf opriep. Sinds tientallen jaren is de geschiedenis van nijverheid en handel slechts de geschiedenis van de opstand van de moderne productiekrachten tegen de moderne productieverhoudingen, tegen de eigendomsverhoudingen, die de levensvoorwaarden zijn van de bourgeosie en van haar heerschappij. Het is voldoende de handelscrisissen te noemen, die met hun periodieke terugkeer telkens dreigender het bestaan van de gehele burgerlijke maatschappij in gevaar brengen. In de handelscrisissen wordt een groot gedeelte niet alleen van de voortgebrachte producten, maar van de reeds geschapen productiekrachten geregeld vernietigd. In de crisissen breekt een maatschappelijke epidemie uit, die voor alle vroegere periodes iets onzinnigs zou hebben geleken — de epidemie van de overproductie. De maatschappij vindt zich plotseling teruggezet in een toestand van ogenblikkelijke barbaarsheid; een hongersnood, een algemeene verdelgingsoorlog schijnen haar alle levensmiddelen te hebben afgesneden: de industrie, de handel schijnen vernietigd, en waarom? Omdat zij te veel beschaving, te veel levensmiddelen, te veel industrie, te veel handel bezit. De productiekrachten, die haar ter beschikking staan, dienen niet meer tot bevordering van de burgerlijke eigendomsverhoudingen; integendeel, zij zijn te geweldig geworden voor deze verhoudingen, zij worden belemmerd en zodra zij deze belemmering overwinnen, brengen zij de gehele burgerlijke maatschappij in wanorde, brengen zij het bestaan van het burgerlijk eigendom in gevaar. De burgerlijke verhoudingen zijn te eng geworden, om de door hen voortgebrachte rijkdom te omvatten. Waardoor overwint de bourgeoisie de crisissen? Aan de ene kant door de gedwongen vernietiging van een massa productiekrachten; aan de andere kant door de verovering van nieuwe markten, en de nog grondiger exploitatie van oude markten. Waardoor dus? Doordat zij alzijdiger en geweldiger crisissen voorbereidt en de middelen om de crisissen te voorkomen, vermindert.
De wapens waarmee de bourgeoisie de feodaliteit neer heeft geslagen, keren zich nu tegen de bourgeoisie zelf.
Maar de bourgeoisie heeft niet alleen de wapens gesmeed die haar de dood brengen; zij heeft ook de mannen geteeld die deze wapens zullen hanteren — de moderne arbeiders, de proletariërs.