dinsdag 14 april 2009

Vragen bij The Corporation

VRAGEN BIJ THE CORPORATION

De documentaire The Corporation uit 2003 geeft een messcherpe analyse van het karakter van het bedrijfsleven en het moderne kapitalisme. Wij richten ons vooral op de filosofische vraag naar de ethische dimensies van het kapitalisme. Hierbij dienen we een belangrijk onderscheid in het oog te houden: het verschil tussen ‘is’ en ‘ought to be’. Bij het behandelen van Machiavelli kan ik me nog goed kan herinneren dat jullie zijn ideeën zo herkenbaar vonden in tegenstelling tot die van Plato, Aristoteles en Augustinus. De reden daarvoor ligt wellicht precies in de wijze waarop Machiavelli de verhouding tussen ‘is’ en ‘ought to be’ dacht. Volgens Machiavelli is machtsstrijd waarin het doel de middelen heiligt, een situatie die simpelweg aan de orde is. Machtsstrijd is een natuurtoestand, een feit, een gegeven, de manier waarop de wereld in elkaar zit. Vanuit deze ontologische bepaling (ontologie = zijnsleer) wordt elk appel op morele verantwoordelijkheid tot een ‘ought to be’ dat fictief en irreëel is. We kunnen wel willen dat iedereen lief en eerlijk is, maar dat is gewoon een illusie. Ieder persoon is immers een egoïst die alles zal doen wat in zijn macht ligt zijn eigen belangen te bevorderen. Door dit onderscheid zo te bepalen wordt ‘ethiek’ een bezigheid van zielige luchtfietsers die iets onmogelijks willen. In zekere zin wordt ethiek hierdoor onmogelijk gemaakt, want hoe kun je tegen iets zijn dat gewoon ‘is’.
De truc speciaal van elke ideologie (religie, communisme, kapitalisme, democratie, monarchie enz.) is de overtuiging in de hoofden van mensen planten dat de ideologie geen verzonnen idee is, dat ooit ergens in de geschiedenis ontstaan en bewust verspreid is, maar dat de ideologie gewoon waar ‘is’, zoals de wet van de zwaartekracht waar is. Het kapitalisme is daar best wel goed in geslaagd. Hele volksstammen herhalen het mantra van de wet van vraag en aanbod, de wet van concurrentie, de vrije markt enz. Zie ook de opzichtige fusie tussen het darwinisme en het kapitalisme. De survival of the fittest is een natuurwet. Daarmee wordt elke ethische kritiek op het kapitalisme als een zeurderig ‘ought to be’ gezien dat bij voorbaat al kansloos is.
In The Corporation wordt er op allerlei manieren kritiek geleverd op het kapitalisme dat niet zomaar ‘is’ maar een hele specifieke menselijke constructie blijkt. Het vereist wel enige scherpte dat helder te zien. Het spannende aan de documentaire is dat getoond wordt dat als we inzien dat het kapitalisme een menselijke constructie is, we ook minder machteloos staan, verantwoordelijkheid kunnen en moeten nemen. Dat maakt dat The Corporation naast een vernietigende en verontrustende analyse van onze moderne wereld ergens ook nog wel iets van hoop biedt.

Het nut van definiëren. Het sterke van deze documentaire is dat ze eigenlijk volledig in het teken staat van een poging een fenomeen (bedrijfsleven, kapitalisme) te definiëren. Dat gebeurt in de reguliere media nauwelijks. Daar wordt bij voorbaat al aangenomen dat een begrip duidelijk is. Door allerlei aspecten te belichten door voor- en tegenstanders aan het woord te laten, krijgen we een rijkgeschakeerd, complex beeld, waarin desalniettemin een aantal centrale principes te onderscheiden zijn.

Openingssequentie:
1. Welke twee opvattingen over het moderne, kapitalistische bedrijfsleven staan in de opening tegenover elkaar in de discussie over ‘rotte appels’?

2. Er worden in de openingsequentie enorm veel definities gegeven van wat een bedrijf is, zowel positief als negatief. Noteer er zoveel mogelijk.

3. Een geïnterviewde zegt dat we veel kunnen leren van de geschiedenis van het ontstaan van bedrijven.
a. Wat toont de geschiedenis aan ten aanzien van het standpunt dat het kapitalisme ‘gewoon is’.
b. De historische analyse toont aan dat bedrijven een heel ander karakter hebben dan nu.
Noem drie belangrijke verschillen.
c. Leg uit dat deze historische visie op kapitalisme en bedrijf qua methode Marxistisch te noemen is. (herlees communistisch manifest!).

4. Chomsky beweert later in de documentaire dat een bedrijf een juridische constructie is (geen iets dat gewoon bestaat).
a. Wat is er zo belangrijk aan dat juristen bij wet voor elkaar kregen dat een bedrijf als een ‘legal person’ wordt beschouwd?
b. Op welke ethisch twijfelachtige manier hebben juristen dit voor elkaar gekregen?

5. Welke spanning blijkt er te bestaan tussen winstoogmerk en het algemeen belang en de morele rol van bedrijven?

6.
a. Wat zijn externaliteiten?
b. In hoeverre is dit gebruik maken van externaliteiten door bedrijven moreel juist te noemen?

7. Een geïnterviewde vergelijkt een bedrijf met een haai. Welke opvatting over de morele verantwoordelijkheid van een bedrijf wil hij hiermee ‘verdedigen’?

8. Lage lonen in ontwikkelingslanden.
a. In hoeverre komen deze lage lonen tot stand in een vrije markt?
b. Op basis van welk ethisch principe is gebruik maken van lage lonen onethisch?
c. Welk argument geeft de ceo Walker om lage lonen moreel te rechtvaardigen?
d. Hoe zou Marx gezien het communistisch manifest oordelen over de rechtvaardigheid van lage lonen met een beroep op de vrije markt?

9. Welk moreel oordeel spreekt een CEO uit over bedrijven als hij spreekt van ‘generatietirannie’?

10.
a. De CEO van Goodyear schuift zijn eigen morele verantwoordelijkheid ter zijde. Op basis van welk argument doet hij dat?
b. In hoeverre zien we hetzelfde argument terug in de huidige kredietcrisis?

11. Welk Machiavellistisch wereldbeeld gebruikt de bedrijfspion ter verdediging van zijn handelen?

12. De enclosures worden gebruikt als een kenmerk van een specifiek proces dat het kapitalisme mogelijk maakt.
a. Wat zijn enclosures en welk proces wordt daarmee aangeduid?
b. Marx beweert in het communistisch manifest dat in het kapitalisme ‘al het heilige wordt onteerd’ en alles wordt gereduceerd tot ‘het naakte eigenbelang’.
Leg uit dat hij daarmee heel precies het proces van de enclosures benoemt.

13.
a. Welke definitie geeft een geïnterviewde van de maatstaf voor rijkdom binnen het kapitalisme.
b. Welke kritiek geeft ze op deze definitie van rijkdom?

14. Welke bezwaren worden er aangevoerd tegen privatisering van publieke goederen?

15. Reclame.
Hoe verdedigt de vice-president van media Initiative het ethische gehalte van de manipulatiestrategie gebaseerd op onderzoek naar ‘nagging’?

16. Chomsky spreekt over een ‘filosofie van nutteloosheid’.
a. Wat bedoelt hij hiermee?
b. Welke opvattingen van Rousseau kunnen we in Chomsky’s analyse terugzien?

17. Geef voorbeelden waaruit blijkt dat in het kapitalisme alles berekenbaar wordt gemaakt, ook als het gaat om mensen en hun onderlinge relaties.

18. Welke ethische discussie roert Jeremy Rifkin aan als het gaat om het patenteren van levende organismen. Wat bedoelt hij daarbij met het onderscheid tussen ‘intrinsic value’ en ‘utility’?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten