maandag 9 maart 2009

Resultaten opdracht Revolutie

1. Voorbeelden van Revolutie en Verandering.
- Revolutie is een plotseling, grote verandering met betrekking tot een grote groep mensen. (meest gangbare definitie. Maar wat bedoelen we met plotseling? Is de Franse revolutie tegelijkertijd ook niet de uitkomst van eeuwenlange processen?).
- Voorbeelden Revolutie: Franse rev, Amerikaanse rev, industriele revolutie, vrouwenemancipatie, Cubaanse revolutie, Russische revolutie, Chinese Revolutie (Mao), mileu, tijd, weer, technologie, uiterlijk, eten (?), denkbeelden, mutatie., mode, wetenschap, groene revolutie, rode revolutie, daltonsysteem *van 45 naar 60 min), geld wisselen (!), verandering van president, Wilders (fitna), opkomst protestantisme, Darwin/wetenschap, revolution nr. 9 (?), Pim Fortuyn, 9/11, terroristische aanslag,

Revolutie: wijziging in iets structureels (belangrijke toevoeging. Dat onderscheidt revolutie van een bloedige oorlog die niets structureels verandert.

- Verandering: iets wordt anders dan wat het was. (tijd is belangrijke dimensie, worden (maar wat is de bron? Iets externs, iets interns?)

Verandering zichtbaar in:
seizoenen, verkiezingen, evolutie, instiuten (kerk), mensen, ideeen, gedachtes, omgeving, van puber tot volwassene, rentedaling/stijging, van arm naar rijk, kikkerdril tot kikker, van boom naar papier, van katoenplant naar t-shirt.

2. Oorzaken verandering (menselijk wil?, extrinsiek - intrinsiek)


Natuur. Daarbij mensen niet nodig. Verandering ‘vereist niks’. ‘Voorl niet gewild’. ‘Tijd verandert alles’.

Menselijk handeling: speelt bij sommige veranderingen wel een rol. Bij anderen helemaal niet, bv. ouder worden. Wel een rol bij persoonlijke verandering
Ontevredenheid onder een grote groep mensen
- ‘Revolutie heeft altijd mensen nodig’. ‘Zonder menselijke wil geen revolutie’. (klopt, dat maakt revolutie bij uitstek een menselijke aangelegenheid)
- Verlangen naar verandering.
- Steun va invloedrijke groep (volk, leger etc)
- Oorzaak: specifieke omstandigheden van leven (verandering heeft dan een bepaalde noodzaak) : slavernij, geen gelijke rechten, politieke onderdrukking, afzeten tegen dominante cultuur, armoede, geen schoon drinkwater, uitbuiting.
- Altruisme van mens zrgt voor verandering.
- Ziektes. (AIDS, pest enz).


Output verschilt van input.

Van klein naar groot.

Niet aan tijd gebonden
Een ding op zichzelf (?)

extrensiek – instrinsiek (verschil is zoals altijd lastig te dedinieren) In volgende uitspraak zien we samengaan van de twee:
‘Mogelijkheden zijn met de tijd gekomen (intrinsiek proces?) maar als de mens niet zou willen zou er geen revolutie komen (vrijheid, keuze in mogelijkheden).

- intrinsiek: van kikkerdril naar kikker of van puber naar volwassene zijn in zekere zin intrinsieke veranderingen. De verandering ligt al noodzakelijk besloten in het ding zelf. Hier zien we Telosbegrip van Aristoteles. We zien dit denken terug in het geloof in natuurwetten. V erandering is daar geen keuze, geen mogelijkhed, maar logische vervolg. Hetzelfde zien we bij Marx en de komst van een nieuwe samenleving. Of in het fenomeen crisis dat een inherent onderdeel vormt van kapitalisme, waardoor je eigenlijk niet kunt spreke van een crisis, omdat er geen sprake is va een uitzonderingstoestand.
- Extrensiek: van kantoenplant tot t-shirt. Hierbij komt een keuze kijken, een ingrijp die een van de mogelijkheden realiseert. We gebruiken hier in extremere zin het woord onnatuurlijk voor: bijvoorbeeld als een doorgevoerde verandering van bovenaf voorbijgaat aan de wensen van de bevoloking, of leerlingen die van bovenaf opgelegd wordt wat te doen.


3. Rechtvaardiging Revolutie en Verandering.
- Ontevredenheid heden.
- Eindsituatie beter.
- Verbeteringen.
- Geen noodzaak (in de zin dat het ‘gewoon’ gebeurt?)
- Iets (?) wordt beter dan het was, van slecht naar goed.
- Zelfontplooiing
- Eigentijdse belangen waarmaken.
- Plato (?)
- Vooruitgang boeken.
- dat mensen er beter van worden.

Hier zien we specifieke rechtvaardigingen (maar interessant genoeg bij 2 geplaatst: slavernij, geen gelijke rechten, politieke onderdrukking, afzeten tegen dominante cultuur, armoede, geen schoon drinkwater, uitbuiting.
Hieruit blikt dat we een bepaalde norm hanteren op basis waarvan we bestaande afkeuren. Die normen moeten we expliciet maken. In ieder geval speelt het begrip Vrijheid en menselijke wil een grote rol. Pas als er de vrijheid is te kiezen voor verandering wordt het relevant om er uberhaupt over te spreken.

Analyse: Maar wat bedoelen we met beter en slechter? Hoe meten we vooruitgang? Moeten we dan niet eerst weten waar we heen willen? En eigentijdse belangen. Wat is dan een belang van de iegen tijd?
Het is precies deze onduidelijkheid die filosofen proberen uit te werken in hun maatschappijvisies. Een mogelijkheid daarvoor is het schetsen van een utopie/ideale staat. Dat geeft een maatstaf om beter en slecht aan af te meten. Een andere methode is het poneren van een natuurstaat. Zodoende kun je aan de afwijking van de natuurlijke staat van de mens beter of slechter afmeten. Of zoals Machiavelli: als je een extreem negatieve opvatting over de natuur van de mens hebt dan wordt zoeits als beter nauwelijks voorstelbaar. Wetenschap is ook een verschaffer van maatstaven. Op basis van wetenschappelijk onderzoek worden telkens aanbevelingen gedaan voor een verandering. Wetenschap probeert zich hierin als objectief te presenteren, hetgeen zoveel betekent als willoos. Feiten ZIJN. Op basis van dat sort denken worden normatieve overtuigingen als onzin weggezet.

Uit de antwoorden blijkt de noodzaak normatieve termen te expliciteren (zie het verschil tussen descriptief en normatief aan het begin van het hoofdstuk). Dat is een algemeen verschijnsel. Er bestaat een neiging alles te kwantificeren opdat we zoiets als vooruitgang kunnen meten aan een economische groei. Als de cijfers dan dalen spreken we van een crisis, maar probleem is dat onduidelijk is wat de cijfers überhaupt meten. Hetzelfde geldt voor onderwijs. Kwaliteit van het onderwijs wordt gekwanticeerd in toetscijfers. Maar de vraag naar kwaliteit van leren laat zich niet beantwoorden door te wijzen naar goede of slechte toetscijfers.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten